Zwemvaardigheid

Zwemvaardigheid 1, 2 en 3

Wie na het behalen van zijn Zwem-ABC zijn of haar zwemvaardigheid verder wil vergroten kan dat doen met de zwemvaardigheidsdiploma’s 1, 2 en 3. Zeker voor jonge kinderen die het Zwem-ABC hebben voltooid, is het raadzaam regelmatig te blijven zwemmen om hun geoefendheid op peil te houden. Met de zwemvaardigheidsdiploma’s is dit heel goed mogelijk.

Tijdens de zwemvaardigheid leer je:

  • allerlei nieuwe slagen zoals vlinderslag, samengestelde rugslag en keerpunten
  • natuurlijk komen ook de borst- en – rugcrawl weer aan bod
  • balvaardigheid, waaronder gooien en vangen én zwemmen met de bal
  • survival, waarbij je bijvoorbeeld met kleding aan door het gat gaat zwemmen of elkaar helpt uit het water te klimmen
  • onderwateroriëntatie, waarbij je een weg onder water zoekt door het zwemmen van pilon naar pilon op 2 meter diepte, én je leert een koprol achterover te maken.

Kortom allerlei leuke nieuwe vaardigheden!

Bij Zwemvaardigheid 2 en 3 worden de te zwemmen afstanden bij de verschillende zwemslagen nog langer. De aangeleerde vaardigheden worden uitgebreid dus nog leuker.

Voor het diploma Zwemvaardigheid 1 moeten de kinderen bijvoorbeeld 9 meter gekleed onder water zwemmen door een gat in een zeil. Verder in badkleding o.a. 150 meter schoolslag en 25 meter borst- en rugcrawl. Ze leren ook nieuwe vaardigheden zoals 10 meter poloborstcrawl met bal en in tweetallen de bal naar elkaar overgooien.
Onder water voorwerpen aanraken, een wedstrijdstart en een keerpunt maken en de basis van de vlinderslag.

Eisen van de zwemvaardigheid.

Geef een antwoord